Wat is het Protocol Afstuderen?
Het Protocol Afstuderen is een conceptueel kader dat beschrijft wat de belangrijkste elementen zijn om tot een samenhangend en consistent afstudeerprogramma te komen.
Waarom een Protocol Afstuderen?
De geschiedenis van het Protocol Afstuderen begint in 2011. Toen werd de Commissie Bruijn ingesteld na politieke en maatschappelijke onrust over de kwaliteit van hbo-diploma’s. In het rapport Vreemde Ogen Dwingen deed de commissie aanbevelingen over externe validering. Een van de adviezen was om een gezamenlijk protocol te ontwikkelen om de kwaliteit van afstudeerwerken te borgen.
De Expertgroep Protocol heeft daarop in 2014 het rapport Beoordelen is Mensenwerk opgeleverd, met daarin een eerste versie van het protocol Afstuderen. In een proeftuin experimenteerde een aantal hbo-opleidingen met dit eerste concept. Dat leidde tot een ‘reisverslag’ met de naam Onderwijs Ontwerpen is Mensenwerk en een bijgestelde versie van het protocol Afstuderen (versie 2.0).
Wat is het Protocol Afstuderen?
Het Protocol Afstuderen is een conceptueel kader dat beschrijft wat de belangrijkste elementen zijn om tot een samenhangend en consistent afstudeerprogramma te komen. De eindkwalificaties van hbo-studenten worden beoordeeld via een samenhangend programma van beroepsopdrachten. Die visie vormt de basis van het Protocol Afstuderen. Alleen het uitvoeren van afstudeeronderzoek bijvoorbeeld, representeert vaak maar voor een klein deel de eindkwalificaties van de opleiding.
Het Protocol Afstuderen bestaat uit acht elementen, waarbij kernvragen zijn geformuleerd. Hieronder vind je een korte uitleg van de verschillende elementen. Ze worden ook uitgelegd in een aantal filmpjes:
Filmpje 1: algemene introductie en uitleg van Protocol Afstuderen
Filmpje 2: uitleg over beroepsbekwaamheid, beroepsopdrachten en prestaties
Filmpje 3: uitleg over rol van onderzoekend vermogen
Filmpje 4: uitleg over een integrale beoordeling in het afstudeerprogramma
Filmpje 5: uitleg over BKE en SKE binnen Protocol Afstuderen
Filmpje 6: veelgestelde vragen over Protocol Afstuderen
Elementen
Het eerste element van het Protocol Afstuderen is de visie van de opleiding op de beroepsbekwame student. Die visie ontstaat in afstemming met het werkveld en wordt vaak verwoord in een opleidingsprofiel. Dat profiel beschrijft de leeruitkomsten van de opleiding en bepaalt welke prestaties studenten moeten leveren om te beoordelen of zij beroepsbekwaam zijn (element 2). De prestaties kunnen deels afkomstig zijn van beroepsopdrachten: authentieke opdrachten die een afgestudeerde ook in de praktijk uitvoert (element 3). Alle prestaties worden integraal beoordeeld (element 7): de examinatoren (element 4) komen samen tot een holistisch oordeel over alle prestaties tezamen (element 5). Dit doen ze op basis van een beoordelingsmodel (element 6), afgeleid van de visie op beroepsbekwaamheid (element 1).
Probleemverkenning
Bij de start het project Je Ogen Uitkijken is verkend hoe het Protocol Afstuderen nu wordt gebruikt binnen de hogescholen. Het protocol blijkt nog niet overal zijn weg te hebben gevonden. De bekendheid van Protocol Afstuderen kan beter en er is behoefte aan ondersteuning, deelbare voorbeelden, leren van elkaar en praktische handvatten en werkvormen om als team met het protocol aan de slag te gaan.
Wil je meer lezen over de probleemverkenning? Lees dan de tussenrapportage, of het artikel in Examens.
Aan de slag met praktische tools
Voor een duurzame verankering van het Protocol Afstuderen is het noodzakelijk dat opleidingen er zelfstandig mee aan de slag kunnen. Eerdere pilots laten echter zien dat het in de praktijk vaak nog lastig is om het protocol te gebruiken voor daadwerkelijke verbetering van het afstudeerprogramma. De dagelijkse onderwijspraktijk is weerbarstig en het model van het protocol is complex. De vertaalslag naar de eigen context vraagt veel kennis en ervaring op het gebied van ontwerpen, toetsing en verandermanagement.
Het project Je Ogen Uitkijken ontwikkelt praktische handvatten, tools en werkvormen die opleidingen helpen om succesvol en duurzaam vorm te geven aan hun afstudeerprogramma. Op deze pagina vindt je praktische tools om aan de slag te gaan met het Protocol Afstuderen. Alle tools zijn gekoppeld aan één of meer elementen van het protocol. Welke elementen dat zijn, is te zien onder de titel van iedere tool.

Met deze tool voer je het gesprek over de plaats van Protocol Afstuderen 2.0 binnen de hogeschool. Het gesprek voer je met specifieke betrokkenen binnen de hogeschool. Dit zijn bijvoorbeeld een beleidsmedewerker of een onderwijskundige vanuit de centrale staf en/of vertegenwoordigers die ervaring hebben met Protocol Afstuderen. De vragen die worden gesteld gaan over een globale inventarisatie van de duurzame implementatie van Protocol Afstuderen binnen de hogeschool. Met de uitkomsten worden nieuwe doelen bepaald voor de hogeschool als geheel en specifieke opleidingen.
Wil je als opleiding outside the box denken over wat je van studenten als eindwerk vraagt? Meer flexibiliteit in hoe studenten hun competenties kunnen aantonen of alternatieven voor lijvige adviesrapportages? Met de werkvorm Beroepsopdrachten en prestaties kun je met een opleidingsteam in gesprek: welke beroepsopdrachten passen bij jullie beroepsprofiel en welke prestaties kunnen studenten leveren om hun competenties aan te tonen?
Worstelen jullie als opleiding met de rol van onderzoekend vermogen tijdens het afstuderen? Lukt het nog niet goed om handen en voeten te geven aan hoe onderzoek ondersteunend kan zijn aan het tot stand komen van een beroepsproduct? Met de werkvorm Integratie van onderzoekend vermogen word je stap-voor-stap geholpen om onderzoekend vermogen te integreren in de beroepsopdrachten van afstudeerders. En wel zó dat onderzoek een daadwerkelijk ondersteunende rol heeft binnen het beroepsproces van de student.
Wat is voldoende bachelor- of masterniveau? Bij de beoordeling van eindwerken worstelen veel opleidingen met de standaarden en criteria die ze hanteren. De werkvorm Canvas Kwaliteit en criteria helpt om de gewenste kwaliteit van studentprestaties te bepalen en die te vertalen naar standaarden en criteria bij de beoordeling. Vanzelfsprekend redenerend vanuit het beroepsprofiel en de beroepsopdrachten.
Al een aantal jaren voeren opleidingen kalibreersessies uit op basis van de handreiking kalibreersessies die hiervoor in 2014 is geschreven. Bij deze kalibratievorm beoordelen meerdere docenten hetzelfde eindwerkstuk. Vervolgens worden de beoordelingen naast elkaar gelegd en besproken in een gezamenlijke bijeenkomst. Een moderator leidt de sessie en probeert motieven achter een bepaalde beoordeling te verhelderen. Een notulist legt de resultaten vast. Er is zowel een klassieke als een alternatieve variant beschikbaar.